Selecteer een pagina

Dokter, hoelang heb ik nog?

Afgelopen weekend (22 juni 2025) trok een artikel in de Volkskrant mijn aandacht: Dokter, hoelang heb ik nog?

Zonder maar verder te lezen, voel ik aan alles dat dit over kanker gaat en je prognose.

Want hoe gek ook, maar als je kanker hebt, staat deze vraag centraal. Hoewel het voor iedereen een vraag zou kunnen zijn, hangt het bij mensen met kanker als een zwaard van Damokles boven hun hoofd.

De meetlat van het leven

Ellen de Visser, wetenschapsredacteur van de Volkskrant en de schrijfster van het artikel verwijst naar het boek van Nikki Erlick, The Measure. Dit boek gaat over mensen met korte en lange touwtjes en wat deze voorspelling met ze doet. Trek je een kort touwtje, heb je nog maar een kort leven, trek je een lang touwtje, leef je nog wat langer. Ze noemt het een confronterende gedachteoefening. Voor mensen met kanker is dit echter harde realiteit.

Hoelang heb ik nog?

Mensen met kanker durven het soms te vragen, soms ook niet. Want de een wil het exact weten, de ander blijft liever in onwetendheid.

Artsen reageren ook weer verschillend op deze vraag. De een is heel hard, zoals bij mijn opa in 1985. Hij durfde na ruim een jaar de vraag te stellen en kreeg als antwoord: “U mag blij zijn, dat u nog leeft, want de meesten halen de eerste zes manden niet.”

Dat komt dan wel even binnen. Hoe reëel het ook is.

Wat zeggen de cijfers?

Artsen baseren zich bij het geven van een antwoord vaak op studies uit het verleden. Doordat het ziekteverloop nauwkeurig wordt bijgehouden door de Nederlandse Kankerregistratie, zijn er steeds meer en betere gegevens.

Maar een patiënt is geen cijfer. Net als bij de groeicurve van mijn kleinkind zeggen die cijfers uiteindelijk niets over het individu. Voor iedereen is dit anders.

Woorden doen ertoe

Wat me in het artikel nog het meest raakte, was een korte zin:

“Zo’n mededeling kan gaan bepalen hoe ze zich voelen en misschien zelfs zieker maken.”

De schrijfster noemt die terecht het ‘Nocebo-effect’.

Aan de Universiteit Leiden doen ze hier inmiddels onderzoek naar. Een van de gastonderzoekers en ervaringsdeskundige, Mirjam Oomens zegt daarover:

‘Ik wil wegblijven uit de hoek dat positief denken je leven verlengt. Ik zeg ook niet dat negatief denken ziek maakt. Er is zoveel tumorweefsel uit mijn buik gehaald, dat was er echt niet uit verdwenen met positief denken. Daar had ik de artsen en de chemotherapie voor nodig.’

Ze roept artsen op om hun taal zorgvuldig te kiezen. Om bij de vraag, hoelang heb ik nog, te checken, wat de patiënt eigenlijk wil weten. Wat natuurlijk fantastisch is. Maar daarna gaat die patiënt naar huis. En daar zit ie dan. Met zijn ziel onder de arm.

Mag ik iets toevoegen?

Ik wil die hoek graag opvullen! Ik wil stellen, dat positief denken, je leven verlengt. En dat negatief denken je ziek maakt.

Als je openstaat voor een soortgelijk gedachte-oefening als in het boek ‘The Measure’, herhaal dan maar een paar keer hardop de zin:

IK VOEL ME VANDAAG ENORM KLOTE!

Misschien past deze zin beter bij je:

IK HEB EEN HEEL ZWAAR LEVEN!

En voel hem dan op dezelfde manier zoals Brigitte Kaandorp hem zingt.

Je mag natuurlijk elke andere zin pakken, maar wat gebeurt er als je de volgende zin een paar keer hardop uitspreekt:

IK BEN VANDAAG ECHT ENORM BLIJ.

IK … BEN … VANDAAG… ECHT… ENORM… BLIJ!!!

Een dergelijke zin mag echt helemaal kloppen voor je. Soms is dat even zoeken naar de juiste woorden en de juiste intonatie. Net als voor die artsen in de spreekkamer.

Stel dat ik jou daarbij kan helpen, durf je dan contact met me op te nemen? Want hoe zwaar het ook voor je is… al stopt je leven volgende maand, welke zin, zou je tot die tijd willen blijven herhalen?

Een meditatie van één zin

Een zin als “Ik ben vandaag echt enorm blij” kan werken als een meditatie, een essentieel onderdeel van Yoga.
Je ademt erbij, je voelt hem in je lijf, je herhaalt hem.
Steeds opnieuw, tot je hem in elke vezel voelt.
Niet om iets weg te drukken, maar om een gedachte ernaast te zetten.

Ik ben vandaag écht enorm blij.

©hristiane